STIWOT Reizen

Fotoverslag Britse luchtlandingssector 23 juli 2012

Tussen 21 en 28 juni 2012 was STIWOT medewerker Jente de Roust te vinden in Normandië. Een fotoverslag van zijn bezoek aan Normandië plaatsen we de komende periode op WO2Actueel.

Vandaag stond de tocht in het teken van de Britse luchtlandingsdivisies. In het eerste uur landden er 3 zweefvliegtuigen met manschappen die de brug van Bénouville en de brug over de Orne intact moesten veroveren. Later landden er parachutisten van de 6e Luchtlandingsdivisie ten oosten van Ranville.

Omstreeks 00u16 landde het eerste zweefvliegtuig enkele meters van de Bénouville brug. In deze ‘glider’ zat de Majoor John Howard samen met ‘Den’ Brotheridge, die later stierf aan verwondingen. In Bénouville liggen 23 geallieerde soldaten, merendeel was in dienst van de 6e Luchtlandingsdivisie en sneuvelde in de vroege ochtend van 6 juni bij het verdedigen van Bénouville en z’n brug. Aan het gemeentehuis hangt een plaquette met volgende tekst; “Première mairie de France libérée le 5 juin 1944 à 23h45 par les parachutistes anglais”. Men beweerd dat men al op 5 juni werd bevrijd. Men was te voorbarig; waarschijnlijk werd een fout gemaakt tussen het uurverschil (sinds de Duitse bezetting werd de Duitse tijd ingevoerd in Frankrijk). Let ook op het oorlogsmonument dat zwaar beschadigd werd bij de gevechten.




Aan het kruispunt, waar sergeant Thornton een Britse tank in Duitse dienst uitschakelde, staat momenteel een monument ter nagedachtenis van de soldaten die sneuvelden tijdens het verdedigen van het bruggenhoofd van Bénouville.

Café Gondrée, het eerste bevrijdde huis van Frankrijk. Monsieur Gondrée haalde gelijk z’n begraven champagne op om te delen met de geallieerde troepen.



Ik zette de tocht verder langs het kanaal richting Caen. Hier kwam ik het kasteel van Bénouville tegen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg het ‘château’ een andere bestemming, het werd een kraamkliniek. Duitse sluipschutters, die door het nieuws van de luchtlanding gewekt werden, werden actief in het gebied rond de brug. De Britten konden niets anders doen dan hun enige, weliswaar Duits, kanon te gebruiken. Overtuigd dat de sluipschutters schoten vanuit het kasteel, schoot Parr granaten op het kasteel. Maar nog steeds waren de sluipschutters actief. Jaren later las Parr een artikel over Duitse misdaden. Hierin stond een artikel over het kasteel van Bénouville. In het artikel stond dat de Duitsers systematisch met artillerie het kasteel beschoten om het dorp een les te leren. Nog steeds zijn er sporen van de granaten die Parr afvuurde.




Het kanon waarmee Parr schoot en de nieuwe Pegasus Bridge.

Aan de brug bevinden zich ook 3 Glider Markers. Deze ‘markers’ werden geplaatst op de plaats waar de Britse zweefvliegtuigen landden. Bij de eerste Glider Marker staat een monument ter nagedachtenis van John Howard, die de leiding over de aanval had.



Een brug die soms wel wordt overgeslagen is de Horsa Bridge. Voor de brug staat momenteel een monument voor de troepen die de brug intact hadden veroverd.



Na de middag bezocht ik het ‘Memorial Pegaus’. Het museum heeft het over de aanval op beide bruggen, de aanval op de bruggen van de Dives, de aanval op de Batterij van Merville maar ook over de (zware) gevechten in het gebied na 6 juni.




Een zogenaamde Rupert, weliswaar totaal anders dan die uit ‘The Longest Day’. Deze Rupert ‘poppen’ werden nabij Avranches, Caen en Rouen gedropt om verwarring te zaaien bij de Duitsers. Deze misleidingoperatie werd Operatie Titanic genoemd.



De doedelzak van Bill Millin, de Piper van Lord Lovat. De luchtlandingstroepen nabij de brug hoorden rond 13u Bill Millin spelen. De aflossing was nabij.

In 1993 werd besloten om de brug waarvoor werd gevochten te demonteren. De brug dreigde zelfs op de schroothoop te belanden. Maar de brug werd opgekocht en is momenteel te vinden in de tuin van het museum.



Ik keerde terug naar de camping waar ik verkoeling zocht in het zwembad om later opnieuw te vertrekken. Dit keer naar Ranville.

In Ranville is er zowel een oorlogsbegraafplaats als een ereperk voor Gemenebest soldaten op de begraafplaats. Op het ereperk bevindt het graf van ‘Den’ Brotheridge, de eerste geallieerde soldaat die door vijandelijk vuur sneuvelde.




De kerk van Ranville bevat nog kogelinslagen van de strijd. Ook werd er na de oorlog een kapelletje aan de kerk gebouwd waar er 2 glasramen en enkele plaquettes gewijd werden aan de Geallieerde troepen.




Voor het gemeentehuis van Ranville werd een monument ter nagedachtenis van Richard Gale onthuld. Gale was de bevelhebber van de 6e Luchtlandingsdivisie die op 6 juni in de omgeving van Ranville werd gedropt.



Op de oude molen, nabij de oorlogsbegraafplaats, hangt een plaquette ter nagedachtenis van de Brigade Piron. Ze maakte deel uit van de Britse 6e Luchtlandingsdivisie en bevrijdde de kust aan de oostelijke oever van de Orne (oa. Cabourg, Deauville, Trouville, Honfleur,…). Begin september eindigde hun campagne in Normandië. De brigade Piron werd overgeplaatst nabij de grens van België. Op 4 september wordt Brussel door de Brigade Piron bevrijd.



Aan de overkant van de molen bevindt zich de oorlogsbegraafplaats van Ranville. Met z’n 2635 graven (waaronder ruim 300 Duitse graven) is het een van de grootste in Normandië. Hier liggen vooral soldaten van de 6e luchtlandingsdivisie begraven. Enkele impressies:









Ook ligt de Belgische soldaat Gerard Edouard hier begraven. In mijn verslag gewijd aan de Belgen komt deze soldaat uitgebreider aan bod.